 |
| Groei van Butrint. |
’s Ochtends om 9.00 uur staat Ilio, de taxichauffeur voor de dag al op ons te wachten. Onze zakken met was worden eerst naar het kantoor, genoemd Insig, van Ada gebracht en zullen ’s avonds klaar zijn. Wat een luxe. Het is prachtig weer, volop zon en een aangename temperatuur van zo’n 23 graden. De tocht naar Butrint gaat langs de kust en het eerste gebergte. Zo gauw we Sarande verlaten hebben wordt alles toch wat minder lux, maar ook hier wordt in plaatsjes gebouwd. Ilio is van mening dat Albanië zijn inkomsten krijgt uit de marihuana en de maffia. Verder is er een duidelijke scheiding van de communistische tijd en daarna. We komen langs een badplaats die na de communistische tijd is ontstaan. De weg is over het algemeen goed, er wordt wel in de plaatsen overal aan gewerkt. Butrint is een archeologische vindplaats van een vesting die 3 verschillende periodes van bewoning heeft gekend op een schiereiland aan een groot binnenmeer. Bij de oorspronkelijke bewoning was het een kleine ommuurde vesting, tijdens de Griekse en Romeinse tijd werd het uitgebreider.
 |
| Ampitheater. |
De verrassing is dat het een groot gebied omvat,met veel bomen en een rondleiding duurt 1 ½ uur. De opgravingen zijn na 1950 begonnen en pas 20% van alles is te bekijken. Een paar grote mozaïek vloeren zijn bedekt met grind om ze te bewaren. Een keer in de zoveel jaren worden ze even tentoongesteld. We wandelen rond, bewonderen het mooie amphitheater, baseliek, doophuis etc. en later het museum.
 |
| Doophuis. |
 |
| Baseliek |
Ook vertelt onze gids, Davina, dat aan de overkant van de rivier 3 plaatsen zijn ontstaan, ieder in een andere periode, gelegen op een verhoging. We kunnen ze zien liggen. Je kunt je voorstellen dat Butrint in de oudheid een handelsplaats is geweest gelegen aan de monding van een rivier. Dan weer Ilio opgezocht die ons door het berglandschap naar Gjirokaster brengt, een oude plaats met een groot kasteel dat uitkijkt over een vlakte tussen 2 bergruggen. Het staat op de lijst van erfgoed van de Unesco. We bekijken het kasteel dat een groot arsenaal van kanonnen en geweren bevat. Gerrit legt ons een aantal uit, want Ton en ik hebben er geen verstand van. In het museum lezen we dat de oude huizen op de begane grond geen ramen hebben ter bescherming tegen de vijanden en dat is ook te zien.
 |
| Kasteel met wapen museum. |
Er wordt niet gegeten in deze plaats,ofschoon we later ons realiseren dat Ilio dit wel had aanbevolen. Echt Albanees eten, jammer maar we hadden brood bij ons en wilden ’s avonds uit eten gaan. Dan weer de weg terug en naar de Blue Eye, een grote zoetwater bron in de bergen. Deze bron voorziet Sarande van zijn water. Het is trouwens opvallend dat er geen gebrek aan water moet zijn, want overal worden straten nat gemaakt om minder stof te hebben. Blue Eye is een oase met prachtig helder schoon stromend water waar we eerst wat gaan drinken.
 |
| Blue Eye. |
Daarna de bron bezocht en inderdaad het opkomende borrelende water heeft een blauwe kleur. Er komt 7.5 kubieke liter water per seconde naar boven. In 2000 was het 8.2 kubieke liter per seconde. Tussen de bron en de rivier bij het restaurant komt ook nog overal water naar boven. Een ervaring om dit te zien.
 |
| Libelle bij Blue Eye. |
Dan gaan we terug naar de boten, bedanken Ilio met een fooi voor zijn dag en weten dat hij later betaald gaat worden door Azim. Hij heeft 156 kilometer gereden die dag. Opvallende punten: Ilio vertelt ons dat hier moslims, orthodoxen en katholieken zonder problemen met elkaar leven. Er is een prachtige natuur en heel vriendelijke mensen. Het smaakt naar meer.
De was is nog niet klaar, het was erg veel, die komt de volgende dag. ’s Avonds gaan we gezellig uit eten, het eten is goed en smakelijk. Het is niet duur zoals alles niet duur is. Gezien het weer voor de komende dagen, vrijdag en zaterdag regen en wind, besluiten we om de volgende dag naar Ormos Valtou, een baai tegenover Corfu town, te gaan, een bijzonder beschutte baai waar wij vorig jaar een aantal dagen gelegen hebben maar dan met heel mooi weer.